Vroeger was alles beter: we trainden beter, werkten harder, sprongen hoger en sloegen de planken uit de vloer. Lijden we aan een overdosis nostalgie of zien we het heden met lede ogen aan en de toekomst niet zo rooskleurig in.

Waar komen we vandaan? Waar staan we nu? En waar gaan/willen we naartoe?

Na de Tweede Wereldoorlog werd er in Nederland door Amerikaanse, Canadese en Poolse militairen volleybal gespeeld met verschillende spelregels. Er ontstond behoefte aan een instantie die coördinerend zou optreden. En ook uniformiteit en herkenbaarheid zou nastreven. Met deze doelen is destijds de NEVOBO opgericht. Belangrijk bijkomend doel van de NEVOBO is promotie van het volleybal. Bovengenoemde doelen zie ik ook als de belangrijkste speerpunten voor de verenigingen.

Hoe staan we er nu voor met het volleybal? Wat zijn de prestaties en cijfers uit het verleden en nu? Zijn we goed bezig of juist niet? Er zijn mensen die met ideeën rondlopen voor de oprichting van een nieuwe volleybal bond! Als daar genoeg mensen zich achter scharen, zou het werkelijkheid kunnen worden. Kennelijk is er onvrede.

Coördinatie

Over het algemeen vind ik de coördinatie van de verschillende competities in orde is. De coördinatie van de verschillende opleidingen en trainingen is de afgelopen jaren flink veranderd en kun je vraagtekens bijzetten. Van het verdwijnen tot het ontstaan van: Sportleraren op Scholen, Steunpunttrainingen, Regiotrainingen, CMV, Talenten Team, Regionaal Talent Centra, Particuliere Volleybalscholen. Overal kun je vraagtekens bijzetten en je afvragen of het effect ervan goed of slecht is geweest of zal zijn voor de Nederlandse volleybal. Als je nu de balans opmaakt, kun je zeggen dat het bij de Dames en het Beachvolleybal goed gaat. Bij de Heren gaat het niet goed.

Uniformiteit en herkenbaarheid

Mede ook door veranderde regelgeving bij de FIVB is er de afgelopen jaren veel veranderd. Dat je moet blijven ontwikkelen, ben ik absoluut voor. Maar niet ten koste van uniformiteit en herkenbaarheid van het spel voor intimi en het grote publiek. Af en toe krijg ik nog vragen over wat dat mannetje met het andere shirtje wel of niet mag doen. Als speler of trainer moet je goed op de hoogte blijven van de verschillende spelregels in de verschillende competities in Nederland. Niet goed voor de uniformiteit en herkenbaarheid dus. Dat je de normering voor de uitvoering van technische acties aanpast voor bepaalde niveaus, lijkt me logischer. De veranderingen van de competitie opzet voor de eredivisie (play-off, best of 7,5,3,2?) en de verschillende benamingen van de verschillende (top) niveaus (A-league, B-league en nu weer Eredivisie) afgelopen jaren, hebben ook niet bijgedragen aan herkenbaarheid.

Promotie

1990 was het topjaar qua ledenaantal (175.746 leden) voor de NEVOBO. Misschien dat het Brons op het EK Dames in 1985 en het Brons op het EK Heren in 1989 daar een spin-off van zijn geweest. Latere successen bij de Dames, EK 1991 Zilver, EK 1995 Goud, EK 2009 Zilver, EK 2015 Zilver en de successen bij de Heren, EK 1991 Brons, OS 1992 Zilver, EK 1993 Zilver, WK 1994 Zilver, EK 1995 Zilver, OS 1996 Goud en EK 1997 Goud hebben in ieder geval niet geleid tot het overtreffen van het aantal leden van 1990. Of is er toen verkeerd geteld? Dat kan natuurlijk ook! Kennelijk hoeven we ons, als het gaat om ledengroei, dus geen zorgen te maken over de mindere prestaties bij de Heren de afgelopen jaren. Of toch wel …

Tot nu toe hebben we in de jaren negentig de grootste vijver aan talenten gehad om uit te vissen. Heeft dit  bijgedragen tot de latere successen van het Nederlandse volleybal? Er was perspectief op een carrière in binnen en buitenland, daarvoor moest je als talent knokken voor je plek en in eigen land ontwikkelen en presteren. Clubs speelden Europees, de competitieopzet was duidelijk en het spel was herkenbaar. Tegenwoordig is er weinig tot geen perspectief om professioneel bezig te zijn bij clubs in Nederland. Talenten gaan dus op jonge leeftijd naar het buitenland, zonder te hebben gepresteerd bij een club in Nederland. De afgelopen jaren hebben een beperkt aantal clubs Europees gespeeld en de competitieopzet was steeds gevarieerd en niet herkenbaar. Ik heb persoonlijk het verhaal meegemaakt dat de technisch directeur van de NEVOBO, na de laatste wedstrijd om het kampioenschap, de club belde om kaarten te reserveren.

Toekomst

Bekend is dat vrouwen bereid zijn om harder te werken en meer gefocust zijn op hun doel dan mannen. De successen in de Nederlandse sport in verschillende disciplines de afgelopen jaren is daar het bewijs van. Mede dankzij deze successen staat Nederland in de top van Europa als het om teamsporten gaat. Dus, zo slecht als men denkt, doen we het niet als klein landje.

Een andere verklaring tussen de mannen en de vrouwen successen kan ook zijn dat er bij de vrouwen  minder financiële middelen beschikbaar zijn dan bij de mannen. Het verschil tussen de amateur en de professional is minder groot. Bij de mannen wordt dat verschil, ten opzichte van het buitenland, alleen maar groter en groter. Zeker in volleybal.

In de (top)sport geldt nog altijd en zal altijd gelden: het is een jungle, er moet gestreden worden op leven en dood, verlies en winst, de fitste en de sterkste overleven het. En soms ook de rijkste.

Door A. Cristina

Tags:

©2021 Swappty  Terms of Use | Privacy Policy

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?

Create Account